Vleessector krijgt gelijk van het College van Beroep voor het bedrijfsleven over de kosten van de vleeskeuring

CBB

In vervolg op het prejudicieel arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2019 over de kosten van de vleeskeuring die de overheid op grond van Verordening 882/2294 aan slachthuizen mag door belasten, heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (‘CBb’) binnen afzienbare tijd uitspraak gedaan.

De belangrijkste conclusie in de honderden door de vleessector aanhangig gemaakte beroepzaken is dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, zoals aangevoerd door de slachthuizen, onvoldoende inzicht heeft gegeven in de opbouw van tarieven die zij de slachthuizen in rekening heeft gebracht voor controles bij vleeskeuringen. Hierdoor valt niet te beoordelen of deze kosten voldoen aan de Europese regels.

Het CBb heeft de besluiten vernietigd en de minister opgedragen binnen 26 weken opnieuw te beslissen op de bezwaren van de slachthuizen. Hierbij dient de minister voldoende inzicht te geven in de opbouw van de door haar in rekening gebrachte tarieven.

De Nederlandse vleessector wordt bijgestaan door Defares.

Klik hier voor de uitspraak en het persbericht van het College.